Hieronder worden aan de hand van de 38 Bachbloesems verschillende
bijbehorende stoornissen bij dieren uitgelegd.
Er zijn 7
emotionele groepen waarover de Remedies verdeeld
zijn:
• angst •
onzekerheid • onvoldoende interesse in het hier en nu • eenzaamheid •
overgevoeligheid • moedeloosheid en wanhoop • overbezorgdheid voor het
welzijn van anderen
De zeven
emotionele groepen en hun remedies:
1.
ANGST:
Aspen (Esp) : angst waarvoor men geen
verklaring kan geven
Wild oat (Ruwe havik) : voor het type hond
dat altijd wel in is voor geintjes. Worden ze niet verzonnen, of dienen ze
zich niet aan dan verzint hij het wel, deze honden hebben vaak een behoorlijke
intelligentie en indien deze niet wordt benut zal de hond zelf dingen gaan
verzinnen.(slopen van een schoen, ontsnappen uit huis en bv fietsers najagen
etc).Het lijkt wel wat op het beeld van AD HD. Wild oat helpt richting te
geven aan de levensbestemming.
3.
ONVOLDOENDE INTERESSE IN HET HIER EN
NU:
Chestnud bud (knop van de paardekanstanje):
niets leren van ervaringen, steeds in dezelfde fout vervallen.
1 Agrimony (groep 5 ) Agrimony-dieren houden niet van conflictsituaties en trekken
zich dan duidelijk terug. De confrontatie met andere dieren wordt zoveel
mogelijk gemeden. Het dier wil alleen maar goed doen en zal zelfs als het tekort
gedaan wordt niet klagen. Dit zorgt wel voor de opbouw van stress, dat zich kan
uiten in allerlei symptomen als bijten, krabben, likken, dit
alles om de aandacht van de echte problemen af te leiden. Agrimony-dieren houden
er niet van om alleen te zijn. Wanneer ze alleen zijn zullen de situaties
van alledag die ze zo zorgvuldig weten te vermijden geestelijk op hun afkomen
wat voor veel problemen kan zorgen aangezien dit het dier veel stress bezorgt.
Ze zoeken dan ook continu gezelschap op. Echte Agrimonytypes zijn de katten die
niet van je zijde wijken en de honden die zich ernstig misdragen wanneer zij
achtergelaten worden in huis en/of auto. Ook zie je bij veel dieren die een
Agrimonytekort hebben dat ze onrustig
slapen. Ze dromen veel en maken daar ook de nodige geluiden bij. Dit
word veroorzaakt door de opgebouwde stress en kun je zien als een soort
ontlading.
2 Aspen (groep 1) Dieren met
Aspen-tekort zijn angstig en
onzeker. Ze hebben angsten die ze niet kunnen verklaren, maar die voor
hen heel echt zijn. De Aspen -angst zit eigenlijk tussen de oren en is niet echt
te benoemen. Geef het dier afleiding op die momenten dat de angsten de overhand
dreigen te nemen, maar uiteraard mag u niet troosten, omdat u daarmee de angst
bevestigt. Het dier droomt vaak
heftig en haalt niet die rust uit de slaap die het eigenlijk zo hard
nodig heeft. Vaak zijn Aspendieren bang om alleen te blijven.
Daarentegen hebben ze ook angst om
contact te zoeken. Forceer bij deze dieren niets, laat het dier zelf
komen. Ook angstbijten is een
symptoom van een Aspentekort. Soms lijkt het alsof Aspen dieren angst hebben
voor het hele leven.
3 Beech
(groep7) Een
Beech-dier ergert zich aan
anderen, voelt zich ver verheven boven anderen. Het zijn
behoorlijk onverdraagzame
dieren. Vaak komt deze onverdraagzaamheid voort uit een
onprettige ervaring en heeft
het dier zich geestelijk afgesloten voor vriendelijkheid om zichzelf emotioneel
te beschermen. Deze dieren hebben dan ook moeite met het schenken van hun
vertrouwen aan de eigenaar en dienen met veel geduld getraind te worden.
Hardhandig aanpakken en straffen uitdelen heeft dus enkel een averechts effect
op een dier met een Beech-tekort. Ook tijdens de pubertijd kan een dier negatief
Beech gedrag gaan vertonen en gaan proberen waar de grenzen liggen. Het dominante/ onverdraagzame gedrag
kan omslaan in agressie,
wat niet getolereerd kan worden. Voorzichtigheid is geboden bij de
(her)opvoeding van deze dieren.
4 Centaury (groep5) Een Centaurydier laat zich misbruiken door andere dieren.
Het is het pispaaltje in de
groep. Een enorme 'will to please' is aanwezig bij elk Centaury-dier. Het zijn
allemansvrienden en daardoor
toch wat onbetrouwbaar in hun
gedrag, aangezien ze gerust met een vreemd persoon meelopen die dat van
hun vraagt. Pas op met dit soort dieren en kinderen, want ze laten zich ook door
kinderen misbruiken. Ze ondergaan de mishandeling zonder te beseffen dat dit
niet hoort en kunnen ernstige verwondingen oplopen, zonder dat zij in de
verdediging gaan. Ook wanneer het dier met soortgenoten of andere dieren
samenleeft moet de verzorger opletten dat de anderen niet met het Centaury dier
sollen en voorkomen dat ze 'm
gaan pesten. Het zijn hele
onderdanige dieren. Het is niet de bedoeling dat de verzorger het Centaurydier
helemaal in bescherming gaat nemen omdat het dier zich dan steeds verder gaat terugtrekken en op den duur
helemaal niets meer durft. In principe zijn Centaurydieren hele makkelijke gewillege dieren, alleen zitten
ze niet lekker in hun vel en kunnen niet optimaal functioneren. Soms kan deze
situatie zich ook tijdeljk voordoen als het dier uit een (voor hem) normale
situatie gehaald wordt. Denk aan overplaatsing in een ander
roedel, zwakte na ziekte, nieuwe
eigenaar enz.
5 Cerato (groep2) Een Cerato-dier kijkt constant naar
zijn baas om te vragen of hij het goed doet. Het dier heeft een duidelijk tekort aan zelfvertrouwen en
vraagt daarom ten alle tijden om bevestiging van zijn daden. Het
dier kan hierdoor erg dom
overkomen, maar gebrek aan intelligentie heeft het niet. Het heeft door
het Cerato-gebrek constant de bevestiging nodig en zal ook de baas nooit uit het
oog verliezen. Eerder nog zal hij aan de baas vastplakken. Dit zijn dan ook de
dieren die letterlijk de hele dag achter de baas aanlopen. Deze dieren tonen weinig initiatief gewoonweg
omdat ze niet weten wat ze doen moeten. Deze dieren moet je wat overdreven
trainen, heel veel bevestiging geven waardoor het dier meer vertrouwen gaat
krijgen in zijn eigen kunnen.
6 Cherry Plum (groep1) Bij deze
dieren wordt een spanning in het
lichaam opgebouwd die er eens in de zoveel tijd uitkomt in de vorm van
hysterisch, agressief en/of driftig
gedrag.Het dier verliest compleet zijn zelfbeheersing. Het Cherry
Plumdier is onbetrouwbaar te
noemen. zijn gedrag is moeiljjk te voorspellen omdat hij afhankelijk van zijn bui telkens
anders op een situatie reageert. Het dier zelf voelt zich zeer ongemakkelijk en
ongelukkig in deze situatie. Wanneer het dier in zo'n hysterische aanval
verkeerd probeer dan kordaat de aandacht van het dier op uzelf te projecteren
zodat de aanval afneemt ipv toeneemt wat zal gebeuren wanneer u niet ingrijpt.
Heel belangrijk bij de behandeling van een dier met een Cherry Plumtekort is
proberen te voorkomen dat er spanning opgebouwd wordt. Er moet dus achterhaald
zien te worden waarom het dier deze spanning opbouwd en waar deze vandaan komt.
7 Chestnut Bud (groep3) Een Chestnut Buddier
maakt continu fouten en leert daar
niet van. Hij heeft als het ware een leerblokkade. Het is het dier
die telkens de fout in gaat
op exact dezelfde manier. Een hond die als hij naar die ene reu toegaat
steeds afgebekt wordt en dat ook lijkt te weten, toch gaat hij telkens weer
terug om weer afgebekt te worden. Deze dieren lijken dom, maar zijn dat
absoluut niet. Eigenlijk lijken deze dieren niet volwassen te worden, ze blijven
steken in het kinderlijk gedrag
van constant dezelfde dingen fout te doen. Bij deze dieren moet je
eigenlijk zien te voorkomen dat ze in de fout gaan, pikt de hond iets van tafel,
zorg dan dat er niets te pikken valt, of leid hem af als je ziet dat hij weer
naar die beruchte reu toewilt enz.
8
Chicory (groep 7) Een Chicory-dier heeft een sterke geldingsdrang. Het zijn
jaloerse dieren die veel
aandacht vragen. Als dit dier denkt niet de aandacht te krijgen die hij wilt,
dan zal hij door middel van negatief
gedrag deze aandacht opeisen. Als het die aandacht krijgt, dan is het
het liefste dier van de hele wereld, maar zodra het die aandacht niet krijgt,
toont het negatief en zeer
bezitterig gedrag. Dit bezitterig gedrag manifesteerd zich bij
vrouwelijke dieren vooral naar de jongen toe. Vaak blijven deze dieren heel lang
voor hun jongen zorgen en doen dat ook met hun hele ziel en zaligheid.
Chicory-dieren zijn intelligente dieren die de kunst van het manipuleren goed
beheersen.
9 Clematis (groep3) Een
Clematis-dier toont dromerig
gedrag. Hij ontvlucht de
werkelijkheid en ligt het liefst lekker te slapen dromend van de
boswandeling die hij vanavond gaat maken. Hij heeft een afwezige blik in de ogen.
Aangezien het dier erg afwezig is, lijkt het alsof het
ongehoorzaam is, omdat het de commando's gewoon niet hoort, of daar gewoon traag
op reageert. Zo'n dier straffen is dan dus een slechte zaak, omdat het niet
begrijpt waarvoor het gestraft wordt. Dit gedrag wordt vaak gezien bij dieren
die vroeger slecht behandeld
zijn. Het is de bedoeling dit dier uit zijn droomwereld te halen en de
aandacht te vestigen op het heden. Veel spelen en dingen doen waarvan u weet dat
het dier dit leuk vindt zal het dier helpen terug te keren naar het heden.
10 Crab Apple (groep 6) Het Crab-Apple -dier
hecht veel waarde aan regelmaat en zuiverheid. Deze dieren stellen
het op prijs als hun slaapplaats cq. verblijfplaats schoon is. Ook het schoon
zijn van water en voerbakken word zeer op prijs gesteld. Ze zitten vastgeroest
in een patroon en vertonen een obsessief gedrag ten aanzien van
de handhaving daarvan. Ze kunnen zeer traumatisch reageren wanneer ze in hun
regelmaat en zuiverheid gestoord worden. Een uiting daarvan kan zijn dat het
dier zichzelf gaat krabben en bijten,
puur uit frustratie. Crab Apple is ook een reinigingsremedie. Crab Apple
zet de geest aan tot reinigen van het lichaam. Word ingezet bij dieren die onverklaarbare jeuk hebben, maar
ook bij dieren die zichzelf constant
moeten reinigen door middel van likken of bijten vaak tot bloedens toe.
Crab Apple helpt ook het lichaam te ontdoen van restanten van allopatische
medicijnen.
11 Elm (groep 6) Een dier dat verantwoordelijkheden tijdelijk
niet kan dragen zien we vaak bij dieren met een 'functie' . Het dier wordt
geestelijk of lichamelijk te zwaar belast en geeft niet aan wanneer zijn grens
bereikt is.Deze dieren zijn in hun normale doen heel stabiel en gehoorzaam,
wanneer echter de grens bereikt is van overbelasting zal het dier zeer
instabiel gedrag gaan
vertonen omdat hij zijn taken niet goed kan volbrengen wat hij eigenlljk zo
graag wil. Honden met een functie zijn oa. een zogende moeder, waakhonden, maar
ook dieren die ingezet worden door mensen (blindegeleidehonden of
politiepaarden) Ook dieren die als " praatpaal'' van hun verzorger dienen kunnen
een Elm -inzinking
krijgen.
12 Gentian (groep2) Dieren die
vaak met de 'staart tussen de
benen' weglopen, zodra er iets niet gaat zoals het hoort te gaan. Een tegenslag tijdens een training
en het dier zal die oefening niet meer doen omdat hij denkt het toch niet te
kunnen .De dieren zijn pessimistisch gestemd en hebben
geen zin om dingen te gaan ondernemen omdat je ze op voorhand besloten hebben
dat het toch niet leuk wordt. De dieren hebben vaak een ietwat droevige blik in hun ogen en
stralen en vreemde hooghartigheid
uit. Dieren die dit gedrag vertonen hebben duidelijk een Gentian-tekort.
Meestal is deze toestand slechts van tijdelijke aardt en heeft dan een
aanwijsbare oorzaak. (herplaatsing)
13 Gorse (groep 2) Gorse is een
echte stemmingsremedie. Een dier kan tijdelijk in een Gorsestemming zijn, maar
geen dier heeft een Gorsekarakter. Het dier is volstrekt wanhopig en doet geen
moeite meer om activiteiten te ondernemen. Het ligt op de eigen plek en blijft
daar liggen. Het dier geeft de indruk dat het van hem allemaal niet meer hoeft.
Deze houding zie je wanneer de hond ziek is en niet meer de energie heeft om
"overeind" te krabbelen. Ook dieren die langdurig in asiel of kennel
zitten vertonen dit gedrag, ze zien geen enkel zin meer van het leven.
Deze dieren hebebn heel veel liefde, geduld en aandacht nodig om uit deze
depressieve toestand te krabbelen. Gorse is ook een goede remedie voor dieren
die last hebben van verlatingsangsten. De remedie
Gorse staat ook bekend als '' zonneschijn in een flesje''.
14 Heather (groep 4) Dieren met Heather-tekort tonen
een aanstellerig gedrag en
kunnen slecht tegen alleen zijn. Ze hebben het liefst een heel publiek om zich
heen staan waarvoor ze dan de meest rare kunsten uithalen om maar alle aandacht
te krijgen. Je valt in huis gewoon over ze. Het dier wil alleen maar in het middelpunt van de belangstelling
staan. Deze dieren zijn ook vaak zeer egoïstisch en eisen alle aandacht, zij doen
dit op een heel subtiele manier, maar altijd zo dat ze er zelf beter van worden.
Deze dieren moeten ook maar weinig hebben van hun soortgenoten die in hetzelfde
huis wonen. Immers, deze krijgen aandacht die het Heather-dier wil hebben. Ook
met kinderen kunnen deze
dieren (hond/kat) niet goed overweg. Het Heather-dier is helemaal vervuld van
zichzelf en ook zeer kriebelig op
takjes in de vacht, wondjes enz.
15 Holly (groep 5) Dieren met een tekort aan
Holly-energie hebben zeer negatieve
emoties die zij op anderen projecteren. Eigenlijk zijn zij constant
boos naar anderen toe. De dieren zijn vaak achterbaks, argwanend bezitterig en
jaloers. Deze dieren (hond/kat) kunnen jaloers zijn op nieuwe kinderen
(baby's) en mogen absoluut niet alleen met hun gelaten worden. Deze dieren
beschouwen ook vaak hun eigenaar als persoonlijk bezit en handelen daar ook
naar. Wee diegene die in de buurt van de baas komt. Dit zijn de honden die voerbaknijd vertonen, of bij wie
je niet an de speeltjes mag komen. Ook als er andere dieren bijkomen kan het
dier vinden dat het aandacht tekort krijgt. Dit kan zich uiten in 'beledigd' gedrag, maar ook
gemakkelijk in bijten, krabben of
ander agressief gedrag. In de regel zijn het eenzame dieren, vandar de
noodzaak om deze dieren te helpen met Holly-remedie.
16 Honeysuckle (groep 3) Voor
dieren die het verleden niet achter zich kunnen laten. Honeysuckle maakt deel
uit van de 'overplaatsingsremedie'
(Honeysuckle, Star of Bethlehem en Walnut). Het helpt dieren die naar een nieuwe omgeving moeten
gaan. Denk hierbij aan verkoop of
uithuisplaatsing. Bij dieren met een Honeysuckle-tekort zie je dat ze
niet (willen) wennen aan de nieuwe leefsituatie, ze blijven hangen in het verleden. Dat
kenden ze en dat waren ze gewend. Die nieuwe leefsituatie kan varieren van een
nieuwe eigenaar tot een verhuizing of nieuwe mensen in
huis. Deze remedie kan ook preventief gegeven worden, dus voor de herplaatsing
of verhuizing.
17 Hornbeam
(groep2) Het
dier is verveeld en heeft
geen zin om op te staan. Als er iets leuks gebeurt is de energie er ineens weer
wel, maar het normale leven lijkt moeilijk te volbrengen. De hond loopt braaf
zijn dagelijkse blokje om mee, maar van enige enthousiasme is geen sprake. Deze
dieren houden van afwisseling, liefst iedere dag een ander rondje lopen of een
ander spelletje doen. Behalve Hornbeam helpt ook dus afwijking van het normale
patroon om het dier weer in balans te krijgen.
18 Impatiens (groep 4) Een dier
met Impatiens-gebrek is druk
en altijd in de weer. Het
zijn overenthousiaste dieren
die de hele dag bezig zijn.
Ze handelen al, voordat je ze een commando gegeven hebt. Ze ergeren zich aan andere dieren,
die het tempo niet bij kunnen (of willen) houden. Hun eten gaat met drie happen
naar binnen en word niet gekauwd, dat kost immers tijd. Ze zijn snel geïrriteerd en komen zeer nerveus over. Dit zijn de
dieren die hun verzorger de hele dag met één oog in de gaten houden. Zodra de
verzorger een bekende handeling maakt reageert het dier direkt om tot actie over
te gaan. Is de verzorger 10 minuten weggeweest dan springt dit dier alweer 1
meter hoog van blijdschap. Op zich lijkt dit een heel leuk dier, maar het dier
komt niet tot ontspanning waardoor er stress zou kunnen ontstaan. En de
vreselijke ontstuimigheid zou makkelijk tot lichamelijke klachten/blessures
kunnen leiden.
19 Larch (groep 6) Larch wordt
gegeven aan dieren met een gebrek aan
zelfvertrouwen. Soms heeft een dier met Larch-tekort slechte leerervaringen gehad en
daardoor het zelfvertrouwen verloren. Deze dieren zie je nooit een initiatief
nemen aangezien ze ervan uitgaan dat het toch niet goed is wat ze doen. Door het
gebrek aan zelfvertrouwen zit het dier niet lekker in zijn vel. Hij voelt zich
altijd de mindere en zal veel zaken met een zekere terughoudendheid benaderen. Soms
zie je dat het dier nog maar moeilijk
te benaderen is, puur omdat hij denkt dat hij de situatie niet aankan.
Vaak zie je ook dieren met angsten een gebrek aan zelfvertrouwen ontwikkelen.
zodra zij blootgesteld worden aan de angstprikkel. Deze dieren moeten
gestimuleerd worden in hun kunnen. Geef ze een opdracht waarvan je zeker weet
dat het dier 'm goed kan uitvoeren en beloon dan het goede gedrag. ( overdrijven
mag)
20 Mimulus (groep 1) Dieren met
een tekort aan Mimulus-energie ontwikkelen angsten voor bekende zaken.
Angst voor bekende zaken komt veel voor bij dieren. Bijvoorbeeld angst in het verkeer, angst voor
vuilniszakken of angst voor die ene buurman, angst voor onweer, angst voor de
TV, voor visite, bepaalde personen enz. Kortom alle angsten die benoemd
kunnen worden en waarvan de oorsprong bekend is. Deze dieren zijn vaak ook erg
schrikachtig en hebben dan de
neiging om te vluchten. Soms
is de schrik en angst zo groot dat het dier agressief zal reageren wanneer u
hem weer aan diezelfde prikkels blootstelt. Vaak zie je bij deze dieren dat de
angsten zich langzaam uitbreiden en wanneer er geen behandeling plaatsvindt de
dieren veranderen in zeer teruggetrokken dieren, die nog
maar weinig plezier in het leven hebben. Deze dieren zijn ook overgevoelig en verlegen en hebben mede
veroorzaakt door deze angsten ook vaak een gebrek aan zelfvertrouwen.
Hierdoor is het aan te bevelen om deze dieren niet alleen Mimulus te geven, maar
ook de remedie Larch. Hierdoor wordt het dier zekerder van z'n eigen kunnen
waardoor angst en schrik eerder overwonnen worden.
21 Mustard (groep
3) Mustard is ook een echte stemmingsremedie. Dieren die een tekort
hebben aan Mustard-energie verkeren in een zware depressie, die van tijdelijke aard is. Ineens kan
het dier in zo'n depressie terechtkomen zonder dat daar echt een oorzaak voor
aan te wijzen is. Niets in het leven kan hun dan vreugde brengen. Ze liggen maar
wat doelloos in hun mand. Deze toestand komt gelukkig niet erg vaak voor bij
dieren, maar dieren die in korte tijd veel meegemaakt (aantal herplaatsingen)
hebben willen dit gedrag wel vertonen.
22 Oak (groep 6) Dieren van het Oak-type zijn echte doorzetters. Een Oak-dier wordt
wel moe, maar geeft niet op. Ze zijn betrouwbaar en moedig en harde werkers, wat
prettig is als er met ze gewerkt wordt. Indien het dier gewond is zal het er
niets van laten merken en zodanig zichzelf ernstig kunnen beschadigen. Vooral
bij politie/waakhonden komt dit voor. Als de wonden of blessures niet opgemerkt
worden, doordat het dier het niet laat merken, dan kan de schade enorm groot
zijn en zelfs onherstelbaar. Houdt zo'n dier dus goed in de gaten, aangezien hij
in staat is om zichzelf op te
offeren voor het gestelde doel. Ze bruisen ook van zelfvertrouwen
waardoor ze hun capaciteiten nogal
eens overschatten.
23 Olive (groep 3) Dieren met een tekort aan
Olive-energie zijn moe en
futloos. Deze dieren hebben last van algehele uitputting. Ze zijn oververmoeid wat zich uit in veel slapen en te moe zijn om te eten.
Olive geeft het dier energie om weer vooruit te kunnen. Dieren komen in
deze toestand terecht na ziekte of
een zware operatie. Ook het verblijf op een logeeradres kan zeer uitputtend
zijn voor een hond of kat (stress). Ook na een operatie of een zware ziekte is
het goed het dier Olive te geven.
24 Pine (groep 6) Een Pine-dier
voelt zich schuldig als anderen iets gedaan hebben en straf krijgen. Hij zal
zijn kop laten hangen en ogenschijnlijk de schuld opzich nemen. Zijn er
meerdere dieren in huis en is er iets fouts gedaan bij afwezigheid van de
verzorger dan zal het Pinedier zich schuldig gedragen ook al heeft
hij niets op zijn kerfstok. Maar ook in een spel of tijdens een wandeling zal
het dier veel terughoudenheid
tonen omdat er wel weer vanalles fout zal gaan wat dan zijn schuld is. Wat er
ook mis gaat, het Pine-dier zoekt de fouten bij zichzelf, deze dieren zijn dus
letterlijk allergisch voor een boze baas en moeten altijd met zachte hand geleid
worden. Ook is het belangrijk deze dieren te bevestigen als ze iets goed doen en
wanneer ze de kop laten hangen, probeer ze dan met een peptalk weer uit hun
schulp te krijgen.
25 Red Chestnut (groep1) Red
Chestnut-dieren zijn overbezorgt en angstig om het welzijn van hun
dierbaren. Ze houden iedereen goed in de gaten en kunnen pas rustig gaan slapen
als de hele familie veilig thuis is Dit gedrag wordt ook gezien bij zogende moederdieren, die hun jongen zo
dicht mogelijk bij zich willen houden, zodat die niet de fout in kunnen gaan of
dat ze iets overkomt. Deze dieren hebben vaak een te sterke relatie met hun
verzorger, in die zin dat de verzorger niet uit het oog verloren wordt en dat
het dier hemel en aarde beweegt om maar bij die verzorger te zijn. Deze dieren
kunnen slecht tegen alleen
zijn, immers, de verzorger is afwezig en daardoor raakt het dier in vertwijfeling. Het gaat hier dus
om angsten en overbezorgdheid om
anderen. Ook wanneer er sprake is van een te sterke band tussen dier en
eigenaar kan deze remedie uitkomst brengen er ervoor zorgen dat het dier zich
geestelijk niet verloren voelt hij niet in de buurt van zijn verzorger is.
26 Rock Rose (groep1) Dieren met
een tekort aan Rock Rose-energie verkeren in een verlengstuk van de Aspen of
Mimulus toestand. Deze remedie behandelt beide soorten angsten. Wanneer het dier
in paniek is geraakt geef je
hem Rock Rose. Rock Rose is onderdeel van Rescue Remedy.
27 Rock Water (groep 7) Deze dieren zijn erg star in hun levenswijze. Zij
wijken niet af van hun standaardpatroon en zullen nooit
uit zichzelf linksom lopen als ze normaal rechtsom gaan. Het lijkt of ze klok
kunnen kijken, want ze weten exact aan te geven wanneer het etenstijd is en
wanneer ze uitgelaten moeten worden, wanneer er iemand thuis moet komen enz. Het
zijn vrij hooghartige dieren
die spelletjes en knuffelen ver beneden hun niveau. Het dier leeft een vrij geïsoleerd leven en raakt uit
evenwicht als van de standaardrituelen afgeweken
word. Het dier gaat zich als een slachtoffer van zijn eigen regels gedragen
aangezien hij zich door zijn starheid alle pleziertjes in het
leven ontneemt.
28 Scleranthus (groep 2) Een dier die een tekort heeft
aan Scleranthus-energie heeft veel last van stemmingswisselingen. Hij kan geen evenwicht vinden in het
leven. Het eten de ene dag wel lusten en dan weer niet. De buurman aardig vinden
en de volgende dag hem willen bijten. Het dier twijfelt constant, kan geen
keuzes maken waardoor hij niet lekker in zijn vel zit. Deze gemoedstoestand kost
het dier veel energie aangezien hij druk is met proberen te kiezen en niets
opschiet. Bij honden met een gebrek aan Scleranthus-energie zie je vaak dat deze
dieren last hebben van autoziekte welke ook voortkomt
uit een evenwichtsstoornis.
Ook dieren die last hebben van hormoonschommelingen ( teefjes
rond de loopsheid) zijn vaak
gebaat met Scleranthus.
29 Star of Bethlehem (groep 6) Dit is de
remedie die ingezet kan worden bij dieren die trauma's op hebben gelopen. Dit
kan zijn: mishandeling,
overplaatsing, overlijden hogere in de roedelorde, ongelukken, ziekte, maar ook
de geboorte kan al als trauma ervaren worden. De onverwerkte trauma's
kunnen emotionele blokkades in de geest van het dier creeren waardoor het dier
niet openstaat voor mentale hulp of bijstand. Hij heeft zich als het ware afgesloten van emoties. Een
aanvulling van Star of Bethlehem-energie zorgt ervoor dat blokkades in het
lichaam worden opgeheven, zodat andere bloesems ook beter hun werk doen.
Eventuele trauma's worden verwerkt in de slaap. Ze zullen de eerste dagen dan
ook meer slapen en meer dromen. Het is verstandig ieder dier dat met de bloesems
behandeld wordt voor een ander probleem in het eerste flesje Star of Bethlehem
te geven aangezien je nooit met zekerheid kunt zeggen dat het dier geen trauma's
heeft en dat deze remedie het dier ontvankelijker maakt voor de energie van de
remedies.
30 Sweet Chestnut (groep 6) Voor als er
sterke vertwijfeling heerst,
bijvoorbeeld bij overlijden van het
baasje, of als het dier herplaatst wordt. Deze dieren
verkeren in grote wanhoop en
lijken aan het eind van hun latijn te zijn. Deze toestand komt niet heel vaak
voor bij dieren, maar soms zie je van die dieren waarvan het allemaal niet meer
hoeft. Wanneer dit verder lichamelijk gezonde dieren zijn dan verkeren ze in de
negatieve Sweet Chestnuttoestand.
31 Vervain (groep 7) Voor dieren die zich met grote vasthoudendheid aan bepaalde
zaken overgeven. Waar het mee begonnen is, daar gaat het ook mee door, ook al
waarschuw je tien keer. Het zijn superenthousiaste dieren, die
het risico lopen zichzelf mentaal uit te putten. Ook kan enthousiasme voor een
bezigheid (balspelletje) overslaan in fanatisme. Deze dieren zijn
permanent mentaal en lichamelijk bezig waardoor zij zich moeilijk kunnen
ontspannen. Slapen gaat ook gepaard met veel dromen, waarin veel geschokt, gegromd en
gepiept wordt. Zelfs in zijn slaap krijgt het dier dus geen rust.
32 Vine (groep 7) Een Vine-dier
is dominant en een echte vechtersbaas. Hij valt andere
dieren aan, zonder dat er een reden voor te vinden is. Hij houd zich ook
niet aan de gedragsregels. Wanneer de lagergeplaatse al afdruipt, daar wil het
Vine-dier nog nahappen. Deze
dieren jagen een ieder tegen zich in het harnas met dit gemene gedrag. Het zal duidelijk
zijn dat dit gedrag maatschapplijk onaanvaardbaar is en dat het dus belangrijk
is dat er tegen opgetreden wordt. Door zijn overdreven overheersende gedrag vallen al
zijn goede eigenschappen en capaciteiten in het niet.
33 Walnut (groep 5) Helpt het dier zich aan te passen
aan nieuwe situaties. Walnut
is dé veranderingsremedie. Voor alle grote veranderingen in het leven
van het dier. Overplaatsing
uit het nest, logeren in een
pension en ook bij problemen met het doorkomen van de pubertijd. Ook zeer behulpzaam
wanneer er vaste patronen doorbroken moeten worden of wanneer er oude gewoontes
afgeleerd moeten worden.
34 Water Violet ( groep 4) Dieren van het
Water Violet-type zijn tevreden met hun eigen gezelschap. Het zijn vriendelijke,
rustige, statige dieren die wat aristocratisch overkomen en die vaak niet in
zijn voor spelletjes. Deze dieren hebben een geweldige uitstraling, je herkent
ze meteen, statig, hooghartig,
afstandelijk en zich ver
verheven voelen boven de rest van de wereldbevolking. Soms word deze
toestand overdreven en wordt het dier naar vreemden toe zeer afstandelijk en
wanneer je een confrontatie forceert kan het zijn dat het dier met een snauw of hap reageert en/of probeert te
vluchten. Het dier kan te afstandelijk worden waardoor het
zich terugtrekt in zijn eigen wereld.
35 White Chestnut (groep 3) Het dier kan zich niet concentreren en kan
problemen en/of gebeurtenissen niet los laten. Het dier heeft geen controle over
zijn gedachten en hierdoor voelt hij zich slecht. Deze dieren slapen zeer
onrustig aangezien de gebeurtenissen van die dag zich in zijn hoofd blijven
afspelen. Het is een geestelijk
onrust. Deze dieren zijn ook altijd bezig, dingetjes onderzoeken, tien
keer omdraaien in de slaap enz. Vanwege de slechte concentratie is het erg
moeilijk deze dieren iets te leren.
36 Wild Oat (groep2) Het Wild Oat dier weet eigenlijk
niet wat hij wil. Hij heeft geen
doel in zijn leven.Het dier kan duidelijk moeilijk voldoende concentratie opbrengen om te
doen waar het mee bezig is. Hij begint ergens enthousiast aan, maar verliest al
gauw de interesse en stopt er dan maar mee. Bij het trainen van deze dieren
lijken ze vast te blijven zitten in de pubertijd en niet bij te leren.
Ze lijken nooit volwassen te worden. Ze zijn altijd in voor een spelletje en
voor nieuwe trainingen, maar je moet bij deze dieren creatief blijven en nieuwe
dingen blijven leren zodat de interesse vastgehouden wordt. Het zijn de dieren
die in huis veel sloopgedrag
laten zien, in het kader van verveling en dan maar afleiding zoeken in het
afkluiven van een tafelpoot.
37 Wild Rose (groep 3) Een dier
met een tekort aan Wild Rose-energie gaat apatisch en ongeinteresseert door het leven.
HIj heeft geen zin om iets te leren. Het dier legt zich bij elke situatie neer
en is daarom erg gemakkelijk in de omgang. Het zijn rustige ontspannen dieren
die niet echt ongelukkig overkomen. Het dier heeft echter niet de vrolijkheid
die het zou kunnen hebben en mist het vermogen om van de dingen des levens te
genieten.
38 Willow (groep 6) Deze dieren
zijn ontevreden en hebben
last van wrok en zelfmedelijden. Ze hebben een hekel aan alles en iedereen en
bekijken alles argwanend en
wantrouwend. Tegen
soortgenoten is hij ook niet vriendelijk, zal nooit zelf contact zoeken en als
een ander dier met hem contact zoekt zal een snauw , een grom en een hap volgen. Hij bekijkt het
leven somber, vindt zichzelf
zielig en zal problemen niet
bij willen leggen. De dieren vertonen afgunst en zijn niet prettig in
de omgang. Een positieve benadering en Willow-energie kunnen dit ontevreden
levensmoede dier weer nieuw leven inblazen.